Image default
Aarde Archéologie Biologie Geologie Geschiedenis Klimaat Paleontologie telex

Vogelresten uit grot Trou de Chaleux geven na meer dan 150 jaar hun geheimen prijs

Frans Steenhoudt

De jager-verzamelaars die op het einde van de laatste ijstijd aan de Lesse leefden, hadden een divers palet aan vogels op het menu. Dat blijkt uit een onderzoek van archeozooloog Quentin Goffette van het Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen in Brussel (KBIN). Hij onderzocht meer dan vijfhonderd vogelbotten, die in de negentiende eeuw door Edouard Dupont zijn opgegraven in de grot Trou de Chaleux.

De beenderen zijn naar schatting 14.000 jaar oud en zijn er achtergelaten door mensen uit een archeologisch tijdperk dat we het Magdaleniaan noemen. Ze jaagden op grote en kleinere zoogdieren en gingen vissen, maar hadden blijkbaar ook een aantal jachttechnieken ontwikkeld om vogels te vangen. De fauna van de Trou de Chaleux werd al in 1865 opgegraven door geoloog Edouard Dupont. In de grot vond Dupont veel skeletresten van zoogdieren, vogels en vissen, en een groot aantal bewerkte prehistorische voorwerpen, waaronder de steen van Chaleux, een stuk rots met gravures. De meeste vondsten werden in het verleden al uitvoerig bestudeerd, op de vogelresten na.

“Zoogdieren leverden het meeste vlees op en ook ruw materiaal om onder meer werktuigen van te maken”, zegt Goffette. “Toch zijn de helft van de botten die in de Chaleux-grot gevonden zijn van vogels. Vogels waren dus een belangrijk onderdeel van hun voedsel. De jager-verzamelaars moeten heel wat tijd hebben besteed aan de jacht op vogels en het plaatsen van vallen en netten, al zijn hun technieken voor de vogeljacht grotendeels onbekend.”

A en B. Botten van sneeuwuil uit de Chaleux-grot met snijsporen.
D. Gepolijste klauw sneeuwuil.
C. Gepolijste arendsklauw.
E. Gebroken klauw van sneeuwuil.
(Foto KBIN – IRNSB)

Goffette onderzocht van welke vogelsoorten de skeletresten afkomstig waren en, waar mogelijk, onderzocht hij ook waar ze voor waren gebruikt. “Slechts weinig beenderen vertonen duidelijke gebruiksporen”, zegt Goffette. “Er zijn wel veel sporen van het versnijden van de vogels, waardoor het vast staat dat ze zijn opgegeten en er niet door roofdieren zijn achtergelaten.”

Het soortenspectrum is breed, er werd onder andere gejaagd op eenden, zwanen, ganzen, sneeuwhoenderen, sneeuwuilen en raven. “Er zat ook een steenarend tussen”, aldus Goffette. “Op de klauw zaten in dat geval wel polijstsporen, waardoor we vermoeden dat de klauw als een hanger gedragen zijn. Dat was ook het geval voor de klauwen van een sneeuwuil. Het versterkt het idee dat de jager-verzamelaars aan die grote vogels een symboolwaarde toekenden. We hebben ook beenderen gevonden van raven, waarvan we zien dat de tenen verwijderd zijn. Helaas zaten die klauwen niet tussen de opgegraven vogelresten.”

Dat kan er volgens de onderzoekers op wijzen dat de jager-verzamelaars de raaf als een symbooldier zagen. De raaf is dan ook een indrukwekkende vogel, met zijn zwarte verenkleed en brede repertoire van geroep en gezang. Hij kan zelfs geluiden imiteren. Ook in Gönnersdorf en Andernach-Martinsberg, twee Duitse vindplaatsen uit dezelfde periode, zijn aanwijzingen gevonden dat raventenen ergens voor werden gebruikt.

B. Ravenbot met verwijderde tenen. Had de raaf toen een symbolische waarde?
A. Hij werd allicht ook opgegeten: snijsporen voor het verwijderen van vlees en bijtsporen.
(Foto KBIN – IRNSB)

Er zijn in Trou de Chaleux voorts opvallend veel ganzenvleugels gevonden, waarvan de grote vluchtveren waarschijnlijk werden losgemaakt met vuurstenen werktuigen. Van de lange vleugelbotten werden werktuigen gemaakt die soms werden versierd. Maar of die echt in gebruik zijn genomen, blijft onduidelijk, door gebrek aan eenduidige slijtagesporen. Van andere botten zijn de onderzoekers zekerder: zo zijn uit zwanenbeenderen naalden vervaardigd.

A. Bot van een zwaan waaruit hoogstwaarschijnlijk naalden zijn gesneden.
C. Bot van een duiker waaruit hoogstwaarschijnlijk naalden zijn gesneden.
(Foto KBIN – IRNSB)

Verder zijn in de grot verschillende lange holle beenderen aangetroffen, waarvan men denkt dat ze misschien gebruikt zijn als rietje, of als container om naalden en andere kleine werktuigen in op te bergen. “Er bestaan daarover verschillende theorieën’, weet Goffette. “Soms zijn die lange beenderen bij één van de uiteinden geperforeerd. In tegenstelling tot wat men zou vermoeden van die lichte vogelbeenderen, zijn ze toch erg sterk en hard en lenen ze zich uitstekend tot het vervaardigen van kleine werktuigen.”

In de Chaleux-grot is ook één stuk ivoor gevonden dat in de vorm van een vogel is uitgesneden, met strepen voor de vleugels en veren. Ook op de twee Duitse vindplaatsen zijn dergelijke vogel-artefacten gevonden. “Nog een aanwijzing dat vogels belangrijk waren voor de jager-verzamelaars van toen in Noordwest-Europa”, aldus Goffette.

Het blijft moeilijk om verregaande conclusies te trekken uit het beenderonderzoek, omdat de opgravingen door Dupont al zo lang geleden zijn gebeurd. Er is weinig informatie over de verspreiding van de vogelbeenderen in de grot, op enkele stratigrafische data na. Het is dus onmogelijk te achterhalen of de vogelresten gegroepeerd lagen, of verspreid tussen het afval van de menselijke activiteit in de grot. Bovendien zijn opgravingen in grotten erg complex en zouden archeologen met de meest geavanceerde opgravingstechnieken nu wellicht veel meer bijkomende relevante data kunnen verzamelen over de productie en het gebruik van de voorwerpen uit vogelbeenderen.

Het werk van Goffette is de allereerste uitgebreide studie van prehistorische vogelresten in België. “De vogelresten uit die periode zijn in Noord-West-Europa relatief zeldzaam”, zegt hij. “Maar in België zijn er toch een aantal grotten waarin vogels zijn gevonden. Die beenderen zitten soms al jaren in onze collecties. Ik ben het materiaal van verschillende andere sites aan het bestuderen in het kader van mijn doctoraatsonderzoek.”

Het artikel is gepubliceerd in Journal of Archaeological Science: Reports.

Algorithmes et démarche artistique font-ils bon ménage?

ULB en Erasmusziekenhuis forceren doorbraak in psoriasisonderzoek

Christian Du Brulle

VUB-bevraging wil Belgisch Corona-solidariteit in kaart brengen

frans