Image default
Aarde Archéologie Biologie Europa Geologie Geschiedenis Paleontologie Samenleving telex

Verschillende neolitische bevolkingsgroepen hadden weinig contact

Frans Steenhoudt

Onderzoek, uitgevoerd door een internationaal team, waaronder geochemicus Niels de Winter en archeoloog Christophe Snoeck, beiden werkzaam bij de onderzoeksgroep Analytical, Environmental and Geo- Chemistry (AMGC) van de VUB, geeft inzicht in een debat dat al meer dan een eeuw woedt: waarom gebruikten de neolithische mensen verschillende soorten begraafplaatsen in West-Europa? Men vermoedde dat een dergelijk onderscheid in de begraafcultuur op verschillende sociaaleconomische of culturele achtergronden berustte. Maar tot vandaag kon men dat niet zwart op wit bewijzen en kon men ook niet vaststellen of er interactie had plaatsgevonden tussen de mensen die in grotten en de mensen die in megalithische graven waren begraven. De multi-isotopenstudie van de tanden van skeletten uit graven en grotten in Noord-Spanje heeft nu aan het licht gebracht dat de cultureel verschillende gemeenschappen met verschillende levensstijlen in het late neolithicum (3500-2900 jaar voor Christus) eerder naast dan met elkaar bestonden.

Het team van Oxford University onder leiding van Professor Teresa Fernández-Crespo analyseerde de kiezen van 32 laat-neolithische skeletten uit zes locaties in Noord-Spanje en reconstrueerde de kleuter- en kinderjaren van elk van hen. Tanden zijn biologische ‘hard-drives’; ze groeien stapsgewijs tijdens het leven en vormen daardoor unieke archieven van de levenswijze (voeding, milieucondities) van dier en mens. Door gebruik te maken van de chemische samenstelling (isotopen) van groeilaagjes in tanden krijg je informatie over dieet en mobiliteit. Het team onderzocht het dieet van de mensen die in de verschillende grafcontexten uit dezelfde periode begraven liggen. De onderzoekers gebruikten daarvoor verschillende relatief nieuwe methodes. Enerzijds vergeleken ze,   door middel van isotopenanalyse, de microscopische laagjes in het dentine. Ze reconstrueerden het plantaardige voedingspatroon aan de hand van de strontium/calcium concentratieverhoudingen in het tandglazuur, en het gebruik van andere voedselbronnen en mobiliteit door middel van koolstof-, zuurstof- en strontiumisotopen-analyses van het tandglazuur. De combinatie van al die gegevens geeft een gedetailleerd beeld van het dagelijkse leven van de individuen binnen de leefgemeenschappen.

“De resultaten tonen al vanaf de vroege kinderjaren significante verschillen tussen de skeletten uit de grotten en deze uit de megalithische graven”, zegt professor Snoeck. “Aangezien die verschillen overlappen met de verschillen in begrafenispraktijken, is er waarschijnlijk sprake van het bestaan van een diepe culturele verdeeldheid. Dit vroege voorbeeld van sociaal-economische asymmetrieën kan ons helpen om fundamentele vragen over de oorsprong van ongelijkheid en verschillen die de menselijke samenlevingen al millennia lang kenmerken te beantwoorden.”

Het onderzoek werd gepubliceerd in Science Advances: Fernández-Crespo T, Snoeck C, Ordoño J, de Winter NJ, Czermak A, Mattielli N, Lee-Thorp JA, Schulting RJ, Multi-isotope evidence for the emergence of cultural alterity in Late Neolithic Europe, Sci. Adv. 2020; 6: aay2169 22 January 2020

Duiken onder het Zuidpoolijs in het Insituut voor Natuurwetenschappen

Christian Du Brulle

Nu ook een ozongat boven de Noordpool

Christian Du Brulle

VUB haalt vooraanstaande Amerikaanse politiek filosoof William Connolly naar Brussel

frans