Image default
Geschiedenis Instellingen Politiek Samenleving telex

Koninklijke begrafenissen moesten Belgische samenhorigheid versterken

Frans Steenhoudt

Nieuw historisch VUB-onderzoek toont aan hoe koninklijke overlijdens en begrafenissen al vanaf de begindagen van de Belgische natiestaat significante nationale en politieke evenementen waren, die in toenemende mate werden gemediatiseerd. In zijn doctoraat stelt Christoph De Spiegeleer vast dat de pers na het overlijden van de populaire koningin Louise-Marie (+1850) sterk de nadruk legde op het samenhorigheidsgevoel en de oprechte rouw. De kwetsbare geopolitieke situatie van België speelde bij de opstoot van patriottische samenhorigheid in de nasleep van het overlijden van Leopold I (+1865) als stichter van de dynastie een duidelijke rol. Bij de uitvaartplechtigheden van het tweede koningspaar, koning Leopold II (+1909) en koningin Marie-Henriette (+1902), lagen de zaken anders.

Voor zijn doctoraat, onder leiding van professor Jeffrey Tyssens, onderzocht De Spiegeleer de omgang met het sterven, begraven en herdenken van een afgebakende groep elitefiguren tussen 1830 en 1940, in totaal 170 personen, waaronder ook 11 leden van het koningshuis. Hij bestudeerde bij de koninklijke overlijdens en begrafenissen vooral ook de verhouding tussen de monarchie en de Belgische samenleving. “De dynamiek tussen politiek, kerk, media en koningshuis komt bijzonder sterk naar voor bij een overlijden van een koning of een koningin”, zegt De Spiegeleer. “Denk aan de iconische televisiebeelden van de mensenzee die aanschoof voor een laatste groet aan koning Boudewijn in 1993. Ook de publieke opbaring van ‘koning-soldaat’ Albert I in 1934 duurde al tot 3 uur ’s nachts. De dagbladen scheven over een eerbetoon dat alle klassen en groepen in de samenleving oversteeg. De regering hechtte voor de uitvaart van Albert ook veel belang aan de herinnering aan de Eerste Wereldoorlog,”

De laatste rustplaats van leden van de Belgische koninklijke familie is de crypte van de Onze-Lieve-Vrouwekerk in Laken. De neogotische kerk werd vanaf halverwege de 19de eeuw opgetrokken ter herinnering van de overleden koningin Louise-Marie. Minder bekend is dat zowel de Franse Louise-Marie als Leopold I, wiens eerste echtgenote begraven was in Windsor, eigenlijk liever in het buitenland wilden worden begraven. “Die wensen werden door de koninklijke familie en regeringskringen stilgehouden om het beeld van het koningspaar dat hun nieuwe thuisland liefhad, niet te ondermijnen”, adus De Spiegeleer. “Het was vanuit politiek en symbolisch oogpunt van essentieel belang dat de stichters van de dynastie in Laken werden begraven.”

In 1876 werden de stoffelijke resten van het koningspaar overgebracht naar de crypte van de nieuwe kerk van Laken. Een deel van de crypte bleef ongewijd voor de bijzetting van de protestantse Leopold I. ”De Belgische bisschoppen hechtten veel belang aan een kerkelijke, katholieke,  omkadering van de laatste levensuren van de koningen en koninginnen en hun begrafenisplechtigheden”, weet De Spiegeleer. “Ze deden dat om de positie van de katholieke kerk in het land te verstevigen.” Aartsbisschop Sterckx hoopte de Lutheraanse Leopold in 1865 op zijn sterfbed nog te bekeren, maar dat lukte niet. Toen koning Leopold II in 1909 stierf, eerde aartsbisschop Mercier publiekelijk de controversiële vorst omwille van diens katholieke leven en levenseinde en zijn koloniale onderneming die de “christelijke beschaving” versterkte.

Het onderzoek besteedt speciale aandacht aan de moeilijkheid om rond herinnering aan de figuur van Leopold II een Belgisch samenhorigheidsgevoel te creëren en de rol van opkomende massamedia daarin. De Spiegeleer: “Koning Leopold II was al tijdens zijn leven een controversiële figuur, niet in het minst door de schandalen rond zijn privéleven. Dat veranderde ook niet bij zijn dood en zijn begrafenis, met een geruchtenmolen in de pers over een huwelijk met zijn jonge levensgezellin. Necrologische artikels in liberale, katholieke en neutrale kranten plaatsten de privéschandalen weliswaar in de schaduw van een royalistisch eerbetoon aan de koloniale, economische en architecturale erfenis die hij achterliet. De socialistische persbladen schrokken er bij zijn overlijden daarentegen niet voor terug om Leopold II af te schilderen als een gehaaide kapitalist die verantwoordelijk was voor de misbruiken in de kolonie.”

Bij de begrafenis van Leopold II was er dan ook vooral aandacht voor de manier waarop Leopold II zowel bij het overlijden van zijn echtgenote, koningin Marie-Henriette, als op zijn eigen sterfbed het ideaalbeeld van de trouwe echtgenoot en liefhebbende vader volledig met de voeten trad. “De uitvaartplechtigheden in het begin van de 20ste eeuw werden in de pers beschreven als banale spektakels die vooral door nieuwsgierigheid gedreven toeschouwers op de been brachten”, zegt De Spiegeleer.

Toen in 1926 op Koningsdag een monumentaal ruiterstandbeeld van de vorst werd onthuld op het Troonplein, zagen koningsgezinde kringen dat als een eerherstel voor de kritiek die Leopold II te beurt viel op het einde van zijn leven. De plechtige onthulling van het standbeeld in aanwezigheid van de regering, koning Albert I en meer dan tweeduizend Brusselse schoolkinderen geeft vooral aan hoe een positieve beeldvorming rond de Congo-Vrijstaat de officiële kijk op het nationale verleden kleurde tijdens het interbellum. Vandaag vindt een publiek debat plaats of het standbeeld uit het straatbeeld moet verwijderd worden. “De herinneringen aan publieke figuren zijn in de eerste plaats culturele en politieke constructies die worden gebruikt voor en door de levenden en zijn aan verandering onderhevig”, vindt De Spiegeleer. “De actuele discussies rond de dekolonisering van de openbare ruimte zijn daar een voorbeeld van.”

De doctoraatsstudie van De Spiegeleer verscheen bij VUBPress in boekvorm: Le Suprême Hommage. De omgang met de dood van koninklijke en politieke elites in België tussen 1830 en 1940. Voor de uitgave van het werk werden 100 illustraties bij elkaar gezocht. https://www.aspeditions.be/nl-be/book/le-supreme-hommage/17585.htm

 

VUB: 3D-geprinte en aangepaste duikmaskers moeten verplegers veiligheid bieden

frans

VUB-studie: multidisciplinair overleg bij kankerdiagnose is te eenzijdig

frans

Eén op vijf Covid-19-slachtoffers vertonen hersenschade

Christian Du Brulle