Image default
Bedrijven Economie Instellingen Marketing Politiek Samenleving telex

Kleine bouwondernemingen verbouwen Brussel en vinden daardoor zelf geen plek meer

Frans Steenhoudt

VUB-onderzoekers Sarah De Boeck, Matthijs Degraeve en Frederik Vandyck tonen in nieuw onderzoek aan dat ruimtes beschikbaar voor KMO-bouwbedrijven aan een snel tempo verdwijnen in het Brussels gewest. Het probleem bleef tot nu evenwel onzichtbaar, omdat productieruimtes kleiner dan 1.000m² door de overheid niet in rekening worden gebracht. De resultaten van het onderzoek werden gepubliceerd in Brussels Studies.

“Het is belangrijk om het probleem aan te kaarten,” zegt onderzoekster Sarah De Boeck van de VUB- onderzoeksgroep Cosmopolis, “omdat het Gewest volop wil inzetten op circulaire economie, lokale Brusselse werkplaatsen en werkgelegenheid voor kortgeschoolde arbeiders, vooral in de bouwsector.”

De bevolkingsgroei in Brussel zorgt voor een toename van renovatie- en bouwwerven in het straatbeeld. De stijgende vraag naar huisvesting en de daarmee verbonden bouwwoede heeft twee grote, tegenstrijdige gevolgen: enerzijds steunt het Gewest hiermee de bouwsector, anderzijds vergroot de bouwijver de druk om zones, bestemd voor productieve activiteiten zoals de bouwsector, te gaan herbestemmen tot onder andere woonzones. Zo gingen in Brussel tussen 2000 en 2018 106 hectaren aan productieruimte verloren.

De Brusselse bouwsector bestaat voor 93 procent uit kleine en middelgrote bouwondernemingen – 70 procent heeft minder dan vijf werknemers in dienst – die hoofdzakelijk actief zijn op de private verbouw- en renovatiemarkt. De meeste van die kmo’s hebben een perceelsoppervlakte van minder dan 1 000 m², de grenswaarde gehanteerd om de bouwsector in het Brussels Gewest in kaart te brengen. Dat verklaart waarom de sector door de lokale overheden wellicht over het hoofd wordt gezien.

Aan de hand van cijfergegevens en vele getuigenissen onderzochten Sarah De Boeck (stedelijke economische ontwikkeling), Matthijs Degraeve (economische geschiedenis), en Frederik Vandyck (architectuur) het ruimtelijke aspect van en de ontwikkelingen in de KMO-bouwsector sinds de jaren 1960. Daaruit blijkt dat het aantal bouwondernemingen is gedaald en dat de ruimtelijke spreiding van die ondernemingen is verschoven naar het westen.  De vroegere concentraties in Elsene en Schaarbeek namen af, terwijl er in bepaalde wijken van Anderlecht en op de grens tussen Jette en Koekelberg nieuwe bedrijven opdoken. De bedrijven die in de Vijfhoek gevestigd waren zijn bijna volledig verdwenen. “Dat is jammer, zegt De Boeck, “want de sector is goed voor 4 procent van de banen in Brussel, vooral voor laaggeschoolden.”

Uit de gegevens blijkt verder dat de resterende KMO-bouwondernemingen wel sterk territoriaal verankerd blijven. Een deel van de ondernemingen wordt van generatie tot generatie overgedragen, evenals hun netwerk van lokale bouwmaterialenleveranciers. De overname van die leveranciers door grote multinationals heeft een directe weerslag op de activiteiten van de bouwondernemers in Brussel.

De druk op de productieruimte komt in Brussel van verschillende zijden. In het geval van de kmo’s in de bouwsector blijkt de herbestemming van industrieterreinen tot gemengde zones (om er woningen te kunnen bouwen) nadelig. Bouwleveranciers hebben hierdoor niet genoeg ruimte meer voor hun materiaal en gaan zich elders vestigen. In de binnenstad worden productieruimtes vaak omgezet in woonruimte, zoals lofts. De KMO-bouwondernemingen zelf vinden hierdoor minder kleine percelen die geschikt zijn voor hun activiteiten en die dus voldoen aan hun behoeften op het gebied van opslag-, parkeer-, atelier- en kantoorruimte. “De meeste ondernemers die we hebben ontmoet, vinden het moeilijk om beschikbare ruimte te vinden”, besluit De Boeck. “Nog minder tegen betaalbare prijzen, ook aan de rand van de stad. En als ze een plekje in de buurt van Brussel vinden, klagen ze over verkeers- en parkeerproblemen. De bouwsector bouwt zichzelf eigenlijk uit de stad. Als we de productieve ruimte in de stad willen behouden, dan zullen we moeten ingrijpen in de vastgoeddynamieken.”

Het onderzoek werd gefinancierd door het interdisciplinaire VUB-onderzoeksproject Building Brussels, een samenwerking van de departementen geografie, architectuur, en geschiedenis: Building Brussels. Brussels’ city builders and the production of space, 1794–2015”.

Hier vind je de publicatie

 

Museumcollectie Afrikamuseum zorgt voor een doorbraak in parasietenstudie van Tilapia

frans

Van windmolenbouwer tot eredoctor

frans

VUB-onderzoek bevestigt: arme wijken in Brussel hebben minder groene ruimte

frans