Image default
Politiek Samenleving

Hoe terreur het politieke discours verandert…

Frans Steenhoudt

 

Wetenschappelijk onderzoek aan de VUB toont aan dat de opeenvolging van terreuraanslagen in Parijs en Brussel het politieke discours in Vlaanderen serieus heeft beïnvloedt. Elke partij gaat op een eigen manier om met de dreiging. Zowel N-VA als sp.a spreken hierbij de meest gespierde taal.

 

De onderzoeksperiode liep van 25 mei 2014, het begin van de legislatuur en is gespreid over vier periodes: een eerste tot de aanslag op Charlie Hebdo, een tweede tot de aanslagen in Parijs (Bataclan), een derde tot de aanslagen in Brussel op 22 maart 2016 en een laatste tot eind vorig jaar.

Onderzoekster Liesbet Polspoel: “Ik gebruikte voor mijn onderzoek alle artikels uit vier kranten (De Standaard, Het Nieuwsblad, De Morgen en Het Laatste Nieuws) uit de volledige periode, in totaal 1212 persartikels, waarin de Vlaamse partijvoorzitters uitspraken deden in verband met terreur of dreiging. Ik ging er vanuit dat de partijvoorzitters de mening vertolkten van hun partij en dus zelf de framing bepaalden. Alle passages die verwijzen naar agressie naar derden, angst voor terreur, vooroordelen, het terugplooien op eigen waarden en normen en verwijzingen naar verdriet als gevolg van terreur werden weerhouden.”

“We zien bij elke partij een evolutie”, aldus Polspoel. “N-VA blijft doorheen de vier periodes dezelfde retoriek hanteren, met de nadruk op angst en agressie en legt daarbij almaar meer de nadruk op de eigen waarden en normen. Bij Open VLD is er pas na Charlie Hebdo sprake van agressie in het taalgebruik, met een hoogtepunt na de aanslagen in Parijs. De liberalen focussen op het vrijwaren van eigen normen en waarden. Ze evolueren van een verzoenende opstelling naar een meer harde wij-zij-houding. Bij CD&V zien we een gelijkaardige evolutie qua verzoenende houding en naar een uitgesproken agressief discour vanaf de aanslag op Charlie Hebdo, dat tijdens de latere periodes afzwakt. CD&V plooit daarna terug op de eigen normen en waarden.”

“Tijdens de eerste periode, nog voor de aanslag op Charlie Hebdo, is alleen bij Bart De Wever sprake van een sterk veiligheidsdiscours in de pers”, weet Polspoel. “Zo zegt De Wever ondermeer dat er een reële dreiging is. Het is in die periode dat er scholen zijn die hun schoolreis naar Brussel annuleren. Na de aanslag op Charlie Hebdo zegt De Wever letterlijk J’ai peur en twittert hij in het latijn ‘Hannibal ad portas‘, het gevaar staat aan onze poorten. Hij verwijst daarbij voor het eerst rechtstreeks naar de islam als bron van gevaar. Het gevolg is een aanzwellend veiligheidsdiscours, waarin vooral sp.a en Vlaams Belang meegaan, de sp.a telkens in een reactie op uitspraken van De Wever. Open VLD benadrukt de eigen waarden en normen die moeten verdedigd worden. CD&V houdt zich in die periode wat op de vlakte en drukt vooral verdriet uit over de schietpartij bij Charlie Hebdo. De enige partij die op dat moment gespaard blijft van de agressieve toonzetting is Groen, dat verzoenende taal spreekt en de nadruk legt op samenleven.”

In de derde periode, na de aanslagen op muziekzaal Bataclan en het Stade de France, verhardt de taal significant bij alle partijen op Groen na. Er verschijnen militairen in ons straatbeeld en alle partijen doen voorstellen om de veiligheid van de burgers te versterken. “Toch is het weer De Wever die de toon zet”, zegt Polspoel. “Hij noemt de aanslagen in Parijs het 9/11 van Europa en hoopt dat Parijs een kantelmoment wordt in ons veiligheidsbeleid. Open VLD blijft in deze periode hameren op de bescherming van eigen waarden en normen, sp.a trekt volop de kaart van het veiligheid. De Wever stelt begin december een Patriot Act voor en spreekt over ‘een gerechtvaardigde culturele angst voor het westen’. De socialisten werpen tegen dat ze het veiligheidsthema niet langer aan rechts wil overlaten, ze pleiten voor een Homeland Security naar Amerikaans model.”

 

Polspoel gebruikte voor haar onderzoek de Terror Management Theory, een wetenschappelijke methode die in de jaren 1980 in de V.S. werd ontwikkeld binnen de sociale psychologie, door de onderzoekers Jeff Greenberg, Tom Pyszczynski en Sheldon Solomon. Op basis van het boek ‘The Denial of Death’ van Ernest Becker (1973) stellen ze dat mensen ‘een constante en intense angst voor de dood hebben’, die hun wereldbeeld en hun doen en laten mee bepaalt. Door middel van de TMT werd onder meer aangetoond dat meer zelfvertrouwen en een groot vertrouwen in een cultureel wereldbeeld een bescherming bieden tegen die angst, dat herinneringen aan de eigen sterfelijkheid leiden tot verhoogde vooroordelen, verhoogde agressie ten opzichte van anderen met verschillende wereldbeelden en een grotere terugplooiing op de eigen groep, waarden en normen.

De TMT werd met succes toegepast op het discours van George W. Bush dat voor en na 9/11, de aanslagen op het World Trade Center in New York, significante verschillen vertoonde.

Dit artikel werd verspreid via het persagenschap Belga en verscheen ook in volgende media:

https://www.hln.be/nieuws/binnenland/studie-naar-taal-van-vlaamse-politici-na-aanslagen-de-wever-zet-de-gespierde-toon-sp-a-reageert~ae961c07/

https://www.vub.be/nieuws/2017/08/07/vubtoday-politiek-discours-vlaamse-partijen-verhard-na-aanslagen-in-parijs-en

https://www.demorgen.be/politiek/studie-naar-taal-van-vlaamse-politici-na-aanslagen-de-wever-zet-de-gespierde-toon-sp-a-reageert~be961c07/

 

 

Print Friendly, PDF & Email

L’ULB décode la propagande de guerre

Christian Du Brulle

Van windmolenbouwer tot eredoctor

frans

Lever les freins de l’économie de la fonctionnalité à Bruxelles

Christian Du Brulle