Image default
Aarde Archéologie Geschiedenis Techno

Belgische crematiegraven krijgen een tweede wetenschappelijke leven (gepubliceerd op 9 januari 2018)

Frans Steenhoudt

Een interuniversitair team, met onderzoekers van de Brusselse universiteiten ULB en VUB, de Gentse universiteit en het Koninklijk Instituut voor het Kunstpatrimonium in Brussel (KIK) gaat de gecremeerde resten van mensen in brandgraven onderzoeken, die in de loop van de afgelopen paar honderd jaar door archeologen in België zijn verzameld. Het CRUMBEL-project wil met nieuwe onderzoekstechnieken een heel arsenaal onvermoede gegevens uit de verbrande botten te halen. Crematie was eeuwenlang een wijdverspreide begravingsmethode, van het late neolithicum tot in de Karolingische periode.

Op het Belgische grondhgebied zijn in de loop der jaren honderden crematiegraven ontdekt en opgegraven. De meeste van die brandgraven bevonden zich in grote grafvelden, vooral uit de brons- en de ijzertijd. Veel konden archeologen tot voor kort niet aanvangen met die gecremeerde menselijke resten. In de negentiende en de eerste helft van de twintigste eeuw werden ze nauwelijks onderzocht en verdwenen ze grotendeels in de depots en reserves van archeologische onderzoeksinstellingen en musea. Later ging men ze gebruiken voor de C14-datering van de opgegraven archeologische vindplaatsen.

“Met de nieuwste technieken zijn we nu in staat om heel wat andere interessante informatie uit de crematieresten te halen”, zegt VUB-archeoloog Dries Tys. “Vroeger werden gecremeerde beenderen als eerder oninteressant gezien en had men meer aandacht voor begraven menselijke resten. Begraven beenderen bewaren echter veel slechter dan verbrande. In sommige bodemsoorten, zoals in zandgronden, zijn de beenderen na enkele tientallen jaren al volledig verdwenen. Verbrande beenderen zijn chemisch min of meer stabiel en kunnen tientallen eeuwen bewaren, ook in die zure zandgronden.”

De Belgische vorsers willen nu, samen met een internationaal team, de resten van crematiegraven in stocks en depots inventariseren en ze aan een nieuw onderzoek onderwerpen. “Met nieuw uitgedachte onderzoeksmethodes kunnen we te weten komen waar de mensen gewoond hebben en hoe ze door het Europese continent gemigreerd zijn”, zegt Tys. “We kunnen ook weten of het vlees- vis- of groenteneters waren.”

Het grootschalige CRUMBEL-onderzoek wil de mobiliteit in Europa en eventueel daarbuiten in kaart brengen, door de eeuwen heen en los van het cultuurhistorische kader dat door historici en archeologen in de loop van de 19de eeuw is vooropgesteld.

De onderzoeksperiode zal meerdere millenia omvatten. Dat kan omdat crematie als funerair gebruik heel lang heeft bestaan. Het begon al in het late neolithicum en duurde voort tot lang nadat onze contreien door de eerste christelijke missionarissen werd bezocht. Christenen werden niet langer gecremeerd maar begraven. De recentste crematiegraven in België dateren van rond 700 van onze tijdrekening, dat is later dan tot nu werd aangenomen. Het toont aan dat de verchristelijking, van wat nu België en Europa is, veel trager verliep dan wat we uit onze geschiedenisboeken hebben geleerd.

Het onderzoek van de crematiegraven is een EOS-project, een relatief nieuw soort onderzoeksprojecten die de nadruk leggen op innovatieve onderzoekstechnnieken en een vernieuwende aanpak. Buiten Dries Tys en Christophe Snoeck van de VUB, nemen ook ULB-professoren Martine Vercauteren en Eugène Warmenbol deel, naast Guy Demulder van de Gentse universiteit en Mathieu Boudin van het KIK. Het budget bedraagt 2 miljoen euro. De eerste voorlopige resultaten worden al na de zomer verwacht.

Print Friendly, PDF & Email

VUB-team ontwerpt schaalbare computer van de toekomst

frans

3205 nakomelingen van kamsalamanders uit het Zennegat uitgezet in Boortmeerbeek

frans

Gigantische asteroïdenbotsing, ergens tussen Mars en Jupiter verhoogde de biodiversiteit op Aarde

frans