Image default
Archéologie Europa Geschiedenis Onderwijs Politiek Samenleving telex

Antwerpen tijdens haar Gouden Eeuw was politiek een adellijk bastion

Frans Steenhoudt

Voor haar doctoraatsonderzoek (VUB-UA) onderzocht dr. Janna Everaert de samenstelling van het stadsbestuur voor en tijdens de Gouden Eeuw van Antwerpen Zij stelde vast dat dat bestuur toen voor driekwart uit edellieden bestond en dat is opvallend. “Terwijl in andere vergelijkbare handelsmetropolen het stadsbestuur in toenemende mate bevolkt werd door handelaars, namen in Antwerpen steeds meer ridders, schildknapen, heren en jonkers de dagelijkse leiding van de stad op zich”, aldus Everaert.

In de Antwerpse Gouden Eeuw (ca. 1490-1560) nam de stad de rol over van Brugge als draaischijf voor de handelseconomie van West-Europa. Antwerpen groeide daarbij uit van een middelgrote Brabantse stad tot de onbetwiste metropool van de Lage Landen. De stad werd de tweede grootste stad ten noorden van de Alpen: rond 1400 woonden er ongeveer 10.000 mensen; rond het midden van de zestiende eeuw waren dat er 100.000.

Tot nu toe waren historici vooral geïnteresseerd in die demografische en economische groei van de stad. Aan de impact hiervan op het stadsbestuur en wie daar precies in zat, is veel minder aandacht besteed. Nochtans vormt Antwerpen een interessante en uitzonderlijke casus. Terwijl in vergelijkbare handelsmetropolen – zoals vijftiende-eeuws Brugge, zestiende-eeuws Lyon of zeventiende-eeuws Amsterdam – het stadsbestuur in groeiende mate werd bevolkt door mensen die rechtstreeks (handelaars) of onrechtstreeks (makelaars en hoteliers) te maken hadden met handel, was dat in Antwerpen niet het geval.

In haar doctoraatsonderzoek onder leiding van prof. Anne Winter van de VUB onderzoeksgroep HOST, prof. Peter Stabel van het Centrum voor Stadsgeschiedenis (UA) en prof. Frederik Buylaert (UGent) reconstrueerde Everaert wie er tussen 1400 en 1550 in het Antwerpse stadsbestuur zat als schepen of burgemeester. Ze deed dat met behulp van onder meer schepenregisters, het zestiende-eeuwse wethoudersboek, genealogische bronnen en grafschriften. Op basis van al dat bronnenonderzoek stelde Everaert vast dat ook handelaars deel gingen uitmaken van het Antwerpse stadsbestuur, maar dat hun aantal erg beperkt bleef. Het aantal adellijke schepenen en burgemeesters nam daarentegen wel toe doorheen de tijd. “Al van in de vroege vijftiende eeuw zaten er een aantal ridders en edellieden in het stadsbestuur, maar hun aantal steeg spectaculair wanneer Antwerpen de rol van handelscentrum overnam van Brugge”, zegt Everaert. “Vanaf dan werden ongeveer driekwart van de zetels in het stadsbestuur ingenomen door leden van adellijke families. In geen enkele andere stad in de Lage Landen zaten zoveel mensen van adel in het stadsbestuur.”

Eén van de verklaringen daarvoor is de economische groei van Antwerpen. “Die trok niet alleen handelaars en ambachtslieden aan, maar ook edelen, aangezien die in de stad konden genieten van een ruim aanbod aan luxegoederen. Een aantal van die edelen begonnen ook deel te nemen aan de stedelijke politiek. Tegelijk creëerde de economische groei ook kansen voor gewone burgers om aansluiting te vinden bij de adel. Hun toegenomen welvaart zorgde ervoor dat zij interessante huwelijkspartners werden voor de adel en dat de politieke families die konden opklimmen tot die adel zich ook de bijbehorende dure levensstijl konden veroorloven.”

Het doctoraat onder de titel Macht in de Metropool. Politieke elitevorming tijdens de demografische en economische bloeifase van Antwerpen (ca. 1400 – 1550) werd gefinancierd door het IUAP-project “City and Society in the Low Countries (1200-1850) en het SRP programma The Cradle of Modernity? Social Dynamics in the Cities of Brabant and Flanders in a Comparative and Long-Term Perspective, 1350-1914.

Belgische wetenschappers ontdekken een groene gloed rond Mars

Christian Du Brulle

Koninklijk Instituut voor Natuurwetenschappen fotografeert lege kust

frans

Afstandsonderwijs in gevangenissen moet kans op recidive halveren

frans