Image default
Non classé

Vliegende herten overleven vooral in Brussel

Tellingen, uitgevoerd door tientallen vrijwilligers onder leiding van onderzoeker Arno Thomaes van het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek in Brussel, tonen aan dat het voortbestaan van het vliegend hert, onze meest spectaculaire inheemse kever, bedreigd is. De soort is nu enkel nog te vinden in Voeren enop enkele plaatsen in het Brusselse.

Het paarseizoen van het vliegend hert was dit jaar uitzonderlijk kort door de warme junimaand. De kevers vlogen twee weken eerder dan gewoonlijk uit. Vliegende herten leven minstens driejaar onder de grond als larve voor ze in de vroege zomer van het derde jaar uitvliegen op zoek naar een partner. Mannetjes kunnen negen centimeter groot worden, vrouwtjes zijn aanzienlijk kleiner.

« We stellen vast dat verschillende populaties verdwenen zijn », zegt Thomaes.  » Vrijwilligers van Natuurpunthielden speciaal enkele historische vindplaatsen in de gaten. We moeten helaas besluiten dat we die definitief kunnen afvinken als vindplaats. Een beperkt aantal andere plaatsen willen we nu nog verder gaan onderzoeken. »

De kever heeft nood aan zonnige zuidhellingen waar ondergronds dood hout te vinden is. Als hun biotoop verdwijnt, sterft ook de populatie uit. Er blijven nu slechts twee regio’s over waar min of meer stabiele populaties van vliegende herten te vinden zijn: in de Voerstreek en in het Brusselse. In Brussel leven nog vliegende herten in de kersenwijk in Watermaal-Bosvoorde. « We zien dat de Brusselse vliegende herten zich wonderwel hebben aangepast aan een stedelijke omgeving », stelde Thomaes vast. « De populaties bestaan er allemaal al zeker meer dan honderd jaar, van voor de voortschrijdende verstedelijking van hun leefgebied. »

In de grote bosgebieden ten zuiden van Brussel leven dan weer zo goed als geen vliegende herten. « In een gesloten bos zoals het Zoniënwoud is het te koel, zeker in de bodem. »

Het INBO is recent een genetisch onderzoek gestart om te weten te komen of er uitwisseling is tussen de verschillende groepen in en rond de hoofdstad. « Misschien slagen de mannetjes er in om de afstand tussen de populaties te overbruggen om te gaan paren. Vrouwtjes kunnen dat zeker niet. Een Duitse studie wees uit dat een vrouwtje hooguit 700 meter ver vliegt tijdens haar bovengronds leven, dat amper een maand duurt. De meeste halen maar honderd meter. Ik heb becijferd dat een eventuele uitbreiding van een kolonie er dertig jaar zou over doen om anderhalve kilometer terrein te winnen. »

Zuurdere en warmere Noordzee zorgt voor soortenshift

frans

Grote verschillen in tandartsenbezoek tussen de gewesten

frans

Vos aangetroffen op 3de verdieping van internationaal studentenhuis in hartje Brussel

frans